Soms kom je in je leven iemand tegen die het liefst in de schaduw opereert, niet op de voorgrond wil treden en in plaats van haantje-de-voorste zijn het liefst vanuit de luwte werkt. Niets mis mee, uiteraard, maar als er niemand is die af en toe zo’n persoon in de schijnwerpers zet, dan blijft het maar druk in de luwte. De Koningin heeft hier de jaarlijkse lintjesregen voor gehandhaafd, de Noren hebben er de Nobelprijs voor ingesteld en wij gaan hier ook ons steentje aan bijdragen. Wij gaan eens in de zoveel tijd iemand in het zonnetje zetten in een eigen topic en met wie kunnen we beter beginnen dan met Missy zelf.
Missy is een vrouw met de instelling: Doe maar gewoon, dan ben je al irritant genoeg. Zichzelf niet ontzien door ‘s ochtends al vroeg onder het warme dekbed vandaan te komen en de viervoeters binnen het gezin te verwennen om daarna voor de tweevoeters te zorgen en pas aan het einde van de dag, als iedereen tevreden en gelukkig onder de wol ligt, aan haar eigen persoon te denken en dankbaar in alle rust haar eigen moment te scheppen om de Sudoku te maken.
Ik leerde Missy kennen als vriendelijke en gastvrije vrouw. Haar eerste geschreven woorden aan mij gericht staan me nog duidelijk voor geest. “Wat mot je van me?” Die ontwapenende reactie zou toch iedereen doen smelten en haar meteen in het hart laten sluiten. Gelukkig was het wederzijds, want op mijn antwoord op haar vraag (“Helemaal niets”) kwam er een tevreden gesteld weerwoord. (“Val me dan ook niet lastig”) Sindsdien hebben we regelmatig contact. Een leuke anekdote wil ik u niet onthouden. Het eerste persoonlijke contact tussen Missy en mij.
De eerste keer dat ik bij MIssy thuis zou komen, hadden we in onze briefwisseling afgesproken dat ze mij zou ophalen van het station. Zenuwachtig stond ik in mijn nette pak, gekamde haren (voor zover nog in bezit) en schoenen gepoetst. De minuten leken wel uren terwijl ik de omgeving aftuurde om de eerste glimp op te vangen. Eindelijk zag ik in verte een stofwolk naderen over de onverharde zandweg. Het gebries van paarden werd steeds luider en ja….daar was ze. Als Hare Majesteit op de bok van de koets gezeten liet ze de twee knollen voor het afstapje van het perron stoppen en keek afwachtend naar me van top tot teen.
“Plop?” “Ja, dat ben ik. Leuk je te ont…” “Niet zoveel lullen. Instappen. Ik heb niet de hele dag”
Zelden was mijn vooraf opgestelde beeld zo bevestigd. Daar zat ze. Mijn eigen Laura Ingles., zo weggelopen uit het Little House on the Prairy. Verlegen, maar met een voldane blik nam ik plaats naast haar op de bok en zachtjes klikte ik met mijn tong mee toen ze het span aanspoorde om huiswaarts te keren. De overweldigende rust van haar woonomgeving werd niet verstoord door ge-ouwehoer, dus toen we na een uur bij het woonstulpje aan kwamen, begreep ik pas goed wat er bedoeld wordt met de rust van het platteland.
Nadat ik langs een roedel wildkwijlende honden gekomen was en mijn nette kleren een coating van speeksel gekregen hadden, werd ik richting de haard verwezen om een beetje op te warmen. In mijn stadse omwetendheid had ik namelijk geen rekening gehouden met een open koets dus die stoof die met verse hete kolen al klaar stond kwam als een geschenk uit de hemel (Ziet u, zo is ze nou, altijd aan anderen denkend) Na een glas vers gemolken melk in de knuisten gedrukt gekregen hebbende ging ze tegenover me zitten in haar schommelstoel en keek ze me aan, terwijl het hout van de vloer een constant ritme creeerde met de stoel.
“Je woont hier leuk”, probeerde ik het gesprek mee op gang te brengen. Zwijgend lurkende aan haar melk bleef ze me aankijken. Na een kwartier stond ze op en haalde uit de keuken een schaal met eigen gebakken taart. De geur van het baksel vulde de kamer en mijn neus, die verwend werd door appel, kaneel en boter. Het water liep me in de mond terwijl ze op me af kwam lopen. Verbaasd zag ik haar doorlopen naar een deur die na geopend te zijn de toegang leek naar de voorraadkast. “Luuster Plop, je denkt toch niet dat je hier meteen tijdens je eerste bezoek een stuk taart krijgt he?” “Nee…nee, tuurlijk niet”, stamelde ik terug, terwijl ik ondertussen het vel uit het glas melk probeerde door te slikken. Soepel zette ze zich terug in de schommelstoel en bleef zo zitten tot het lunchtijd was.
Hoe de dag verder verliep zal ik nu niet schrijven. Eventueel zullen mijn memoires gebundeld worden en ik kan u garanderen dat Missy minimaal deel 2 of 3 volledig voor haar zelf zal krijgen.
Ik ben wel benieuwd of u, indien u Missy ook kent, zich herkent in mijn waardering. Indien u Missy niet kent is er ook geen man overboord. Voor wie zou u graag een eigen column zien op deze site? Wie verdient het om eens goed in het virtuele zonnetje gezet te worden?
